
309 Verhalen van Baziel
Baziel (1).
Baziel stond met Hektor op de Markt. Kwam daar een toerist bij hen staan en vroeg: "Entschuldigung, sprechen Sie Deutsch?"
De twee staarden hem niet begrijpend aan.
"Excusez-moi, parlez vous Français?" De twee bleven hem aanstaren.
"Per favore, lei non parlate Italiano?" Geen gevolg.
"Hablan ustedes Español?" Ze bleven maar staren.
"Do you speak English?" En maar blijven staren.
Daarop de toerist ontmoedigd op zoek naar een ander slachtoffer.
Zegde Hektor: "Baziel, we zouden misschien toch eens moeten beginnen talen leren".
Waarop Baziel: "Ja, en worom? Kiek no dien vremden, je sprikt ie vuuf
toalen, en je kunt hem nog niet verstoanboor maken".
Baziel (2)
Baziel en Hektor stonden aan de toog van hun stamcafé.
Zei Baziel : "Kiek no die mens. Je geliekt heel ip de Paus".
Wat later: " 'k Peizen dat dat de Paus is".
Nog wat later: "'k Gon 't em wel e ki gon vragen zi, osdatie de Paus is".
Hij naar de ongewone gast, vraagt hem iets, en krijgt een snauw terug.
Komt hij weer bij Hektor die vroeg: "En, is 't de Paus?"
Baziel: "Ewè jé gantwoord: je kan ze bitje kussen". En met een zucht:
"Me gon 't dus nooit weten of dat da nu de Paus was".
Baziel (3)
Baziel was kelner.
Vroeg daar een klant "potage aux pointes d'asperges".
Nadat Baziel de soep gebracht had, riep de klant hem terug: "Er zit geen enkel aspergekopje in die soep".
Zei Baziel, "En os je een coupe maison vraagt, 't zit do toch ook gin huus in?"
Baziel (4)
Baziel ging eens naar den Opera.
Aan het loket vroeg hij "een half ticket"
"Waarom een half?", vroeg de kassier.
Baziel: "Omda 'k ik dooft zien ip mijn één ore".
Baziel (5)
Een bazig vrouwmens zei tegen Baziel: "Gij hebt gelijk een bulte op uw rug".
Zegde Baziel, "Ba neen Madam, mo 'k doen ik lik de katten"
"Hoe ge doet gij gelijk de katten?"
"Ja'k, ieder kir da'k een lelijke beeste tegen kommen, krommen ton mien rik".
Baziel (6)
Baziel kwam heel, heel laat thuis.
"Van waar kom je gie?" riep een kwade Zulma.
"Ik hen moeten waken bie 't bedde van een vriend die an 't dood goon is" zei Baziel.
"Waffer vriend?" vroeg Zulma.
"Da ne 'k et nie weten" antwoordde Baziel, "je was veel te ziek vo nog te
kunnen zen name zeggen".
Baziel (7)
Baziel zegde tegen Hektor: "Ik gon ip reize nor Spanje"
Hektor: "Pas mor ip vor een zunneslag, want 't is do toe viftig groden in de
lommer".
Baziel: "Wien zegt er da 'k ik in de lommer gon lopen?".
Baziel (8)
Met zijn oude krak van een auto reed Baziel aan volle snelheid.
Riep Hektor: "D'échappementsbuize rammelt". Geen gehoor. Hij schreeuwde in zijn
oor "D'échappementsbuize rammelt". En zo nog een paar keren.
Zei Baziel al meteens : " 'k En horen nie wat da je zegt, met die
échappementsbuuze die rammelt".
Baziel (9)
Baziel was met Zulma naar de dierentuin getrokken.
Net die dag was een orang-outang losgebroken, en plots sprong hij van achter een haag en greep Zulma met duidelijke bedoelingen vast.
"Baziel, Baziel", riep ze, "wa moet 'k doen?"
"Doe gelijk thuus", zei Baziel, "zegt da je zeer in je kop hèt".
Baziel (10)
Bij de namaakantiquair had Baziel een bed gekocht, een Louis Quinze.
Maar 's anderendaags stond hij daar al weer.
Zei hij: "Da bedde is te kleene vo Zulma.
'k Zoen hem willen verwisselen vor een Louis Seize".
Baziel (11)
Zegde Baziel tegen een stamgast op café:
" 't Is rare, mo je geliek gie helegans ip mijn Zulma,
uutgenomen de moustache nateurlijk".
Zegde de stamgast: "Mor ik en hebbe geen moustache".
Baziel: "'t Is toch 't geen dè 'k zeggen".
Baziel (12)
In het circus schreed een beeldschoon meisje naar een leeuw.
Ze ontknoopte haar bovenkleed, haalde een weelderige borst uit en stopte die in de gapende muil van de leeuw.
Algemeen applaus.
Zegde de directeur: "Wie van het publiek durft dit nadoen?"
"Ik, direkt", riep Baziel, "mo doet eerst mor e ki die leeuw weg".
Baziel (13)
In het café stond een oudstrijder op te scheppen. "Mijn betovergrootvader heeft tegen den Hollander gevochten in 1830, en mijn overgrootvader tegen den fransman in 1870 en mijn grootvader tegen de negers in Congo, en mijn vader tegen den Duits in 14-18, en ik ook tegen den Duits in 40 en mien zeune tegen de communisten in Korea."
Zegde Baziel: "Ja, 'k horen 't, je zie gie van een familie die mè niemand
overeenkomt".
Baziel (14)
Baziel ging naar de dokter, met zware buikpijn.
Zegde hij tegen de dokter: "'t Is verzekers van die oesters dè 'k geêten hen".
Zegde de dokter: "Waren ze vers als je ze open deed?"
"Hoe", zei Baziel, "moe je dat open doen?"
Baziel (15)
De vrouw van Hektor zag Baziel afkomen, die haar man wilde verleiden om mee op café te gaan.
"D'er is niemand thuus" riep ze.
"Allé", zei Baziel, "'t is ton nog best da 'k nie gekommen zien".
Baziel (16)
Baziel had in een onooglijk en schamel hotel gelogeerd.
's Morgens weigerde hij te betalen, onder voorwendsel dat hij geen oog had
dichtgedaan, vanwege een dode luis in zijn bed.
"Allé kom", zegde de uitbater, "wakker gebleven van één dode luis, zeker!"
"Jamor" zei Baziel, " 't en was nie van die doo weegluuze, mor van ol da volk die gekommen was vor de begravinge".
Baziel (17)
Baziel was op weg met de kar, volgeladen met het product uit de aalput, om het land mee te bemesten.
Hij reed onvoorzichtig en in een bocht van de weg kantelde de wagen en liep de ganse vracht weg in de beek.
"Terdju", zei Baziel, "mèn heel 't joor vo niks gescheten".
Baziel (18)
" 'k Werken ik nu in een ottofabriekke" vertelde Baziel, "me maken miender dor ottos"
" Je ziet an den band zeker?", vroeg Hektor.
"Mo ba neen", antwoordde Baziel, " 'k lopen ik do vri".
Baziel (19)
Baziel was kelner.
Riep daar een klant met veel misbaar: "Er ligt een vlieg in mijn glas wijn".
Zei Baziel: "Moe je do zo'n spil van maken, vo 't winnige da zo'n beestjie
drinkt".
Baziel (20)
Baziel was kelner.
Vroeg een klant: "Garçon, heb je kikkerbillen?"
Antwoordde hij: "Neen meneer, 't is mijn broek die spant".
Baziel (21)
Baziel was brandweerman.
Langs een lange ladder kwam hij traag naar beneden, met in zijn armen een jonge vrouw die hij gered had uit de bovenste verdieping van een hoog gebouw in lichte laaie. "Morgen sto 'k in de gazette", zegde hij "pompier redt leven van zwangere vrouw". "Héla", antwoordde ze, "ik ben niet zwanger hoor".
"Sprik nie te rap" zei Baziel, "me zien nog verre van beneen".
Baziel (22)
Baziel ging op restaurant met Zulma.
"Caviaar" vroeg hij aan de patron, "wat is da?".
"Dat zijn eieren van steur" antwoordde hij.
"Me gon dormee begunnen" zei Baziel. "Vor elks zo'n eitjie, en zochte gekokt".
Baziel (23)
Zei Hektor: "Baziel 'k heb gehoord dat Zulma gevaarlijk ziek is?"
"Ja", zei Baziel, "z'is ziek, mo 't is os ze gezoend is da ze gevoorlijk is".
Baziel (24)
Ze zaten te filosoferen op café.
Zegde Manten "Mijn vrouw had gelezen van de Twee Wezen en w'hebben een tweeling gehad".
En Hektor zei: "De mijne had gelezen van de Drie Musketiers en we hebben een drieling gekregen".
Plots veerde Baziel recht en liep ijlings naar buiten.
Hij riep zijn maats nog na: "Zulma gieng juuste begunnen lezen in Ali-Baba en de veertig rovers".
Baziel (25)
Op de vismarkt vroeg Baziel aan het viswijf: "Is je vis vers? J'en is toch nie
oudbakken?". "Mo Baziel" zei ze, "die vis leeft nog".
"Da wil niet zeggen", zei Baziel, "je leef gie ook nog".
Baziel (26)
Baziel was boereknecht.
Op het erf kwam een bezoeker die vroeg: "Is den boer thuis?"
"Jaje", zei Baziel, "j'is bezig in 't zwienekot. Je got hem wel erkennen, 't is
den dienen met een klakke ip zijn kop".
Baziel (27)
Toen Baziel nog naar de dorpsschool ging, had zijn vader hem 100 fr beloofd als hij met een goed rapport kwam.
Na de prijsdeling kwam hij vrolijk naar huis en zei: "Voader 'k hen goe nieuws vo je, je mag jen hoenderd frank hoeden".
Baziel (28)
Baziel kwam zwaar beladen thuis.
"Ik hèn vuuf flasschen wien gedroenken" wauwelde hij tegen Zulma.
"Mo wit je gie nie dat er olle jore hoenderd duust Fransmans doodgoon van wien te drinken?" vloog ze uit.
En hij: "Dankt den Here da je met een Belg getrouwd ziet, vrouwe".
Baziel (29)
Baziel had een zwaar ongeval overleefd maar was er gehandicapt uitgekomen: voor goed verlamd. Hij had evenwel tien miljoen van de verzekering getrokken.
Op een dag bekende hij aan Hektor: "Ik en zien ik nie lam, 't zien makementen gewist vo die miljoenen"
"Ja", zei Hektor," 't is wel schoon geld, maar daarvoor de reste van je leven
in een karretje zitten."
"Ja 'k en doe", zei Baziel, "ten nooste moond go 'k nor Lourdes".
Baziel (30)
Baziel was geopereerd van een blindedarmontsteking.
Toen hij ontwaakte, zegde de verpleegster: "Ik breng u aanstonds de bedpan".
"Wad hem me nu", zei Baziel, "moeten m'hier zelve ons eten maken?"
Baziel (31)
Baziel zat op hete kolen terwijl de controleur zijn belastingen aan het
berekenen was. "Ziezo", zei deze, "alles is berekend Baziel, ik ben zeker dat
je dit als goede burger met de glimlach zult regelen"
"Wat een pak van mijn herte" antwoordde hij, " 'k zaten ol te peinzen da je
gienk me geld vragen".
Baziel (32)
Baziel was kelner.
Kwam er daar een klant uit het toilet: "Ga eens zien" kloeg hij, "die handdoek daar is stinkende vuil".
"Allé", zei Baziel, "j'hangt dor ol een weke en je ziet den eersten die van z'n
neuze makt".
Baziel (33)
Baziel was het huis uitgeslopen met in zijn broekzak een fles whisky die hij op zijn eentje wou gaan soldaat maken, buiten het oog van Zulma.
Maar bij het oversteken van de straat werd hij aangereden en tegen de grond gesmakt. Hij voelde aan zijn been: 't was al nat.
"Och Here" riep hij "'t is 't hopen dat 't bloed is".
Baziel (34)
"Moest ik nu dood gaan Baziel" vroeg Zulma "wat zou je doen?"
"'k Zoen zot worden" antwoordde hij.
"En zou je hertrouwen?"
"Ja zot Zulma, mo nie zo zot."
Baziel (35)
De dokter onderzocht Baziel. "Drinkt gij?" vroeg hij hem.
Baziel: "'t Is vriendelijk meneer den dokteur. Wat hè je in huus?"
Baziel (36)
De dokter onderzocht Baziel.
"Ik vind niets" zie hij "ik denk dat het van den drank komt".
"Da gif nie meneer den dokteur," antwoordde Baziel, " 'k gon e kir were kommen os je nuchter ziet".
Baziel (37)
De dokter onderzocht Baziel die "den bever" had.
"Drink je veel?" vroeg hij.
" Ehwel, 'k schienken veel uut", zei Baziel, "mo 'k en drienken nie olles, want 'k sturten vele".
Baziel (38)
De dokter vermaande Baziel: "Dertig procent van de ongevallen gebeuren door mensen in dronken toestand".
Baziel kwam thuis en vertelde aan Zulma: "Den dokteur heet het gezeid: zeventig percent van d'accidenten gebeuren deur menschen die nuchter zien".
Baziel (39)
Buurvrouw Melanie woonde alleen. " 'k Ben toch zo benauwd" zei ze.
"En van wadde?" vroeg Baziel.
"Dat ze me 's nachts zouden komen pakken".
"Je moet dor nie mee inzitten" zei Baziel, "os 't kloor wordt en ze zien je,
gon ze je wel were briengen"".
Baziel (40)
De notaris vertelde aan Baziel: "Ik verzamel nu antiek".
"'k Peisden 't wel", zei Baziel, " 'k hèn dor juuste je vrouwe gezien".
Baziel (41)
Baziel verkocht kanarievogels.
Een klant kwam een te haastig gekocht diertje terugbrengen: het had maar één pootje. "Ja wa wil je?" vroeg Baziel, " Is 't een schuffelore da je moet hèn of is 't een danseur?"
Baziel (42)
Zulma vroeg aan Baziel: "Kiekt e ki buuten waffer weer dat 't is".
Hij kwam terug en zei: " 'k En kan 't nie zien, 't smoort te vele".
Baziel (43)
Baziel stond te kijken naar de voorbijtrekkende rijkswachters te paard.
Plots riep hij: "Gendarm, gendarm, je peird is handicapt."
"Hoe zo?" zei de rijkswachter
Baziel: " Eh wel ja, de klootzak zit ol boven".
Baziel (44)
Baziel stond aan de kant van de weg.
Twee "zwaantjes" hielden hem tegen.
"Heb je hier geen vrachtwagen met varkens zien voorbijrijden?"
"Ja 'k", zei Baziel, "zie je d'er misschien van gevollen dè?".
Baziel (45)
Aan de Gentpoort stond een pas aangeworven agentje het verkeer te regelen.
Hij zag er uit als een kommunikantje, blozend gezicht, kraaknet uniform.
Baziel ging dreigend op hem af en sprak:
"Joengentjie, wit je papa da, da je gie agent ziet?"
Baziel (46)
Baziel: "Een citroene, heet da potjies?"
Hector: "Nateurlik nie".
Baziel: "Een citroene, heet dat een bekstjie?"
Hector: "Mo nateurlik nie".
Baziel: "Terdju, 't is ton olgliek m'n kanorie da'k uutgewroengen èn".
Baziel (47)
Baziel reed met zijn fiets midden op de baan.
Twee "zwaantjes" hielden hem tegen:
"Awel vriend, weet gij niet waar dat het fietspad is?"
"Toetoet", antwoordde Baziel, "da ligt do zi, ip de kant.
Mo 'k weet nie os je giender do got ip meugen mè joender zwore mottos".
Baziel (48)
Baziel telefoneerde naar de dokter:
"Dokteur, kom zere, 'k hen mien twee oren verbrand".
"Hoe heb je dat gedaan?" vroeg de dokter.
Baziel: " 'k Was bezig mè strieken en ol mè e ki, de telefon gieng, en 'k hen
toch wè gemist zeker en 't striekiezer tegen men ore geleid".
"Jamaar, je twee oren zeg je?"
Baziel: " Wè ja, 'k mosten toch no joen bellen ook".
Baziel (49)
Baziel: "Apotheker, gift e ki 5 kg Tampax".
Apotheker: " 'k Zie dat je dat niet gewend bent Baziel. Waarvoor moet dat
dienen?"
Baziel: " 't Stoot in de reclame da je dor mee kan dansen, zwemmen en te peirde riên. En 'k willen dat olle drie e ki doen".
Baziel (50)
De autodealer: "Baziel, een schonen auto, dat ware iets voor u".
Baziel: "Wa moette ekik do mee doen?"
Autodealer: " Wel, bijvoorbeeld als je om 7 uur met den auto aanzet dan sta je een uur later in Brussel".
Een week later:
Autodealer: "En?"
Baziel: " 'k En gon gin otto kopen".
Autodealer: "En waarom niet?"
Baziel: " Ehwè, 'k èn me bepeisd. Wa moe ik in 's hemelsname 's nuchtens ten achten in Brussel gon doen?"

|